In november 2003 heeft WISE een brochure uitgebracht over de wereldwijde liberalisering en privatisering van de elektriciteitsvoorziening. Deze brochure is een vertaling van de door TNI (www.tni.org) uitgegeven brochures "Lights off!" en "Lights on!".
In de brochure is veel achtergrondinformatie te vinden over het hoe en waarom van liberalisering en privatisering en zijn divese voorbeelden van verzet tegen en alternatieven voor liberalisering. De volledige inhoud van de brochure staat hieronder.
De hele afgelopen eeuw werd er elektriciteit geproduceerd door verticaal geïntegreerde nutsbedrijven die eigenaar waren van voorzieningen die ze gebruikten voor de drie stadia van elektriciteitsproductie: productie, transport en distributie. De meeste nutsbedrijven waren monopolies in handen van de staat. Zo´n raamwerk zorgde voor de ontwikkeling van grootschalige en gecentraliseerde technologische netwerken, die gebaseerd waren op de logica van schaalvoordelen (Byrne en Nun, 2001). Bij het naderen van de nieuwe eeuw, met de opkomst van het neoliberale paradigma, onderging dit scenario radicale veranderingen.
Sinds het midden van de jaren negentig van de twintigste eeuw hebben meer dan 30 nationale, staats- of provinciale overheden er overal ter wereld elektriciteitshervormingen doorgedrukt (Besant-Jones en Tenenbaum, 2001). Sommige geïndustrialiseerde landen hadden hun energiemarkt en de regels daarvoor al lang voordat dezelfde hervormingen in zuidelijke landen werden doorgevoerd, geliberaliseerd. De Verenigde Staten dereguleerden de elektriciteitssector met de invoering van de Public Utilities Regulatory Policies Act (Wet betreffende regelingen voor nutsbedrijven) uit 1978, al snel gevolgd door Chili (1982), Nieuw-Zeeland (1987), Noorwegen (1991) en Argentinië (1992). De wereldwijde drang naar deregulering kwam pas nadat Groot-Brittannië zich vanaf 1989 richtte op een radicaal proces van privatisering en deregulering (Thomas, 2001).
Latijns-Amerika en Azië vallen op als de twee grootste doelen van multinationals. Gedurende de jaren negentig van de twintigste eeuw bedroeg het totaal aan buitenlandse investeringen in de Latijns-Amerikaanse energiesector 78 miljard dollar (EIA, 2002). De regeringen uit die regio waren de pioniers van de privatisering in een veel bredere zin, waaronder ook radicale marktgeleide hervormingen in pensioenregelingen, telecommunicatie, de watervoorziening en andere basisvoorzieningen vielen. De Chileense dictatuur (van 1973 tot 1990) liep in die regio voorop, aangezien ze de eerste was die de productie, transport en distributie van elektriciteit privatiseerde en splitste, en wegbereider was voor het openstellen van de markt voor buitenlands kapitaal. Na het afgelopen decennium van ongeremde liberalisering zijn de openbare nutsbedrijven (waaronder gemeentelijke, federale en nationale ondernemingen) door heel Latijns-Amerika heen volledig geprivatiseerd.
In Azië hebben de regeringen zich over het algemeen niet zo radicaal met energiehervormingen beziggehouden als de hervormingen die zijn doorgevoerd in Latijns-Amerika. Zij hebben ervoor gekozen om meer op onafhankelijke energieleveranciers (OEL’s) te vertrouwen, die werk uitbesteden aan het publieke elektriciteitsnet. Tijdens de jaren negentig van de twintigste eeuw trok de privatisering van de Aziatische elektriciteitssector 93 miljard dollar in private investeringen aan (EIA, 2002). De deelname van multinationals in de energiesector is grotendeels beperkt gebleven tot het opwekken van elektriciteit, waarbij de verantwoordelijkheden met betrekking tot het transport en distributie in handen van de overheid blijven.
In de ‘ontwikkelde’ wereld houden, volgens een rapport dat in 2001 door het Internationale Energie Agentschap is gepubliceerd, bijna alle geïndustrialiseerde landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zich bezig met energiehervormingen. In het jaar 2006 zullen meer dan 500 miljoen mensen (en alle grote industriële verbruikers) in de OESO-landen worden bediend door geliberaliseerde markten (IEA, 2001).
De veranderingen in het industriële raamwerk van de energiesector worden gerechtvaardigd door velerlei argumenten. Er wordt betoogd dat in de context van globalisering de voordelen van overheidsmonopolies voor het opwekken van elektriciteit zijn verdwenen en dat daardoor zulke monopolistische raamwerken de introductie van nieuwe technologieën en beleidsvernieuwingen alleen maar zouden verhinderen. Ook is er betoogd dat de regeringen van de meeste landen de noodzakelijke investeringen voor uitbreiding en verbetering van de energie-infrastructuur niet meer doen. Waar publiek eigendom niet de enige optie is, werd de schuld van het ‘verstoren’ van de ontwikkeling van de elektriciteitsmarkten gegeven aan de inmenging van de staat in het vaststellen van de tarieven en de langetermijnplanning (Wereldbank, 1999).
Het Internationale Energie Agentschap (IEA) beweert dat elektriciteitshervormingen die zijn gericht op concurrentie op de vrije markt, aanzienlijke potentiële voordelen bieden door verbeterde economische prestaties, lagere prijzen en een bredere pakketkeuze voor de consument (IEA, 1999a en 1999b). De multilaterale instellingen die zich conformeren aan de Overeenstemming van Washington delen deze opvatting en roepen om hervormingen van de energiesector als basisvoorwaarde voor financiële ondersteuning en ontwikkelingshulp (Tellam, 2000).
Kortom: een combinatie van krachtige private belangen en ideologische veronderstellingen ligt aan de basis van de wereldwijde drang naar energiehervorming. De voorstanders van privatisering en deregulering betogen dat:
Zoals we in het volgende onderdeel zullen proberen aan te tonen, zijn dit elementen van een neoliberale mythologie die langzaam maar zeker wordt ontkracht.