De VN Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (Commission on Sustainable Development, CSD) gaat zich de komende twee jaar buigen over klimaatverandering, luchtvervuiling, energie voor duurzame ontwikkeling en industriële ontwikkeling. De CSD is opgezet als resultaat van de VN conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro in 1992 en moet mogelijkheden bieden aan burgers en bedrijven om in samenspraak met regeringen ideeën voor mondiale duurzaamheid te ontwikkelen.
Over de waarde van het CSD-proces wordt verschillend gedacht. Sommigen zien het als een groot praatcircus zonder concrete uitkomsten. Maar het is natuurlijk ook een plek waar milieu- en ontwikkelingsorganisaties onderwerpen op de mondiale agenda kunnen zetten. In elk geval moeten regeringen zich de komende twee jaren op een of andere manier met het CSD-onderwerp bezighouden en maken ze daar mensen voor vrij. Alleen daardoor al is er speciale aandacht voor duurzaamheid op deze specifieke onderwerpen.
Wat de NGO’s betreft, moet het uitgangspunt zijn, dat onze huidige manier van energie produceren en consumeren niet duurzaam is en daarom moet veranderen. Niet alle VN-organisaties delen die visie. De IEA bijvoorbeeld, het Internationaal Energy Agency van de VN, gaat uit van een bussiness-as-usualscenario. Ook het IAEA, het VN-atoombureau, gaat gewoon door met het promoten van kernenergie alsof er geen milieuprobleem bestaat.
Om dit te veranderen hebben NGO’s op het gebied van ontwikkeling en duurzame energie aan het begin van het CSD-proces een aantal concrete maatregelen voorgesteld:
-Het uitfaseren van milieu-onvriendelijke subsidies.
-Groei van duurzame energiebronnen en energie-efficiënte.
-Toegang tot energie, ook voor arme mensen.
-Meer aandacht voor milieuschade door energieproductie en gebruik.
Zie ook het verslag van CSD 15 in de menubalk links.
Wind, zon, waterkracht en moderne biomassa maken een steeds groter deel uit van onze energievoorziening. In veel delen van de wereld worden traditionele, vaak niet duurzame en ongezonde vormen van biomassa vervangen door verbeterde technieken, variërend van verbeterde bakovens tot biomassagestookte gecombineerde warmte- en elektriciteitsvoorziening. Deze groei is echter nog onvoldoende en een groot potentieel aan mogelijkheden blijft onbenut.
Energie-efficiënte neemt snel toe, met name in Europa, maar het enorme potentieel blijft toch nog grotendeels ongebruikt. Nieuwe technologieën tonen aan dat de energieconsumptie met een vierde tot een tiende kan verminderen zonder te beknibbelen op comfort en levensstandaard.
Te veel landen subsidieerden nog steeds winning of gebruik van fossiele en nucleaire brandstoffen. En te veel internationale financiële organisaties zoals ontwikkelingsbanken of exportkredietverzekeraars geven leningen aan milieu-onvriendelijke energie-investeringen.
Publiek geld zou niet langer gebruikt mogen worden voor zaken die het publiek belang schaden. Ook de financiering van onderzoek en ontwikkeling in de energiesector zou alleen naar milieuvriendelijke technieken moeten gaan. Er gaat nog steeds veel meer onderzoeksgeld naar nucleair onderzoek dan naar onderzoek naar hernieuwbare energiebronnen. Met name voor kernfusieonderzoek worden enorme bedragen uitgegeven, terwijl nog zeer onduidelijk is of dit ooit tot resultaten zal leiden.
De productie en het gebruik van energie zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor grote milieuproblemen, zoals klimaatverandering en een toename van radioactieve materialen in opslag en in voedselketens. Plaatselijk zijn er nog steeds grote problemen met zure regen, en een niet-duurzame productie van biomassa kan tot grote milieuschade leiden.
Het dramatische effect van klimaatverandering wordt steeds zichtbaarder en bedreigt vooral kwetsbare groepen mensen en kwetsbare natuur. De afspraken van het Kyotoprotocol zijn een eerste stap, maar verdergaande maatregelen zijn dringend nodig.
Veel mensen op deze aarde hebben geen toegang tot betrouwbare, betaalbare en duurzame energie, meestal omdat ze te arm zijn om een interessante markt te vormen. Vaak gebruiken ze gevaarlijke en ongezonde energiebronnen voor hun licht, warme en voedselbereiding. Niet kunnen beschikken over elektriciteit heeft grote gevolgen voor de ontwikkelingskansen van mensen, omdat ze daarmee zijn uitgesloten van moderne communicatiemiddelen. De stijgende brandstofprijzen zijn juist voor arme mensen een groot probleem, dat in sommige landen tot hevige protesten heeft geleid.
Duurzame energiebronnen die aansluiten bij lokale vraag, zoals zonnepanelen en verbeterde biogasinstallaties, geven mensen nieuwe mogelijkheden om zich te ontwikkelen en dragen bij aan duurzaamheid. Mensen die hun energie halen uit duurzame energiebronnen hebben ook geen last van stijgende brandstofprijzen.