[Kader 5] De beloftes van Enron: hoe overheidsgeld de wereldwijde privatisering financierde
Volgens een recent rapport dat gepubliceerd is door het netwerk voor duurzame energie en economie (Sustainable Energy and Economy Network SEEN), “begaf de (nu gevallen gigant) zich in risicovolle projecten in het buitenland, ondersteund door de diepe zakken van overheidsfinanciering en met de stevige en soms krachtige hulp van ambtenaren van de VS en hun tegenhangers in internationale organisaties.” (Valette en Wysham, 2002:3). De Enron Corporation kon alleen maar zo’n wereldwijde gigant worden doordat overheidsdiensten, zowel Amerikaanse als buitenlandse, het bedrijf het laatste decennium meer dan 7 miljard dollar gaven aan overheidsfinanciering.
De regering van de VS en internationale instellingen als de Wereldbank dwongen zuidelijke landen om te beginnen met privatiserings- en dereguleringsprocessen die gericht waren op het bevoordelen van een bod door Enron. Ze stelden zelfs als voorwaarde voor verdere ontwikkelingshulp dat ze moesten samenwerken met dit Amerikaanse bedrijf. In de VS zelf zorgden slinkse politieke relaties ervoor dat Enron greep kon houden op het doordrukken van gedereguleerd energiebeleid. In het buitenland kocht Enron pijplijnen aan, hoogspanningsleidingen en energiecentrales. De strategie was eenvoudig:”De Wereldbank zou leningen verstrekken voor privatisering van de energiesector van een ontwikkelingsland, of zou dit als voorwaarde stellen voor verdere leningen, en Enron zou een van de eerste, en vaak de succesvolste, bieder zijn die zich op de net geprivatiseerde of gedereguleerde energiemarkt zou begeven.” (:12).
Amerikaanse officiële instanties als de ‘Overseas Private Investment Corp.’ en de ‘Export-Import Bank’ steunden 25 energieprojecten van Enron met 3,7 miljard dollar aan leningen en garantstellingen. De Wereldbank leverde nog eens 760 miljoen dollar, de Inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank 751 miljoen en de ‘Asian Development Bank’ 26 miljoen dollar. Andere internationale ontwikkelingsbanken en regeringen verleenden nog eens 1,9 miljard dollar aan Enrons wereldwijde expansie. In totaal ontving Enron 7,2 miljard dollar aan overheidsgeld voor 38 projecten in 29 landen. Het bedrijf had er geen bezwaar tegen om overheidsgeld te gebruiken, hoewel het in de VS en in het buitenland een vooraanstaand voorstander van privatisering en deregulering was.

.png)


.jpg)