2.4 Herdefiniëring van de manier om de energiesector te hervormen
Het wordt hoog tijd om onze aandacht te richten op andere manieren voor hervorming van de energiesector gezien het falen van de energieliberalisering om de beloftes na te komen. Hoewel private initiatieven en concurrentiedruk nog steeds deel kunnen uitmaken van veelzijdige strategieën om de fundamentele problemen van de huidige elektriciteitsindustrie aan te pakken, is het hoogst noodzakelijk om de hervormingspogingen los te koppelen van het neoliberale geloof dat de markt de optimale uitkomst voor de maatschappij zal leveren. De markten zullen ons alleen bedienen als er duidelijke publieke voorkeuren worden weergegeven in hun bedrijfsstructuur. Daarom moeten we ervoor zorgen dat de markten aan onze behoeften tegemoetkomen, en niet andersom: dat de maatschappij tegemoetkomt aan de behoeften van de huidige markten.
De meest wenselijke manier voor hervorming van de energiesector kan van land tot land verschillen, afhankelijk van de politiek-economische context en het technologisch ontwikkelingsniveau. Er kunnen echter een paar leidraden worden voorgesteld.
Sommige mensen stellen bijvoorbeeld de logica van de elektriciteit als goed op de proef en beweren nu dat het elektriciteitssysteem zou moeten worden veranderd in de context van energie als gemeenschappelijk bezit (Byrne en Mun, 2001). Om het elektriciteitssysteem te beheren vanuit de gedacht van gemeenschappelijk bezit, moeten de volgende principes worden erkend: iedereen heeft het recht op diensten verzorgd door het gemeenschappelijk bezit (gelijkheid), gemeenschappelijk bezit moet worden beheerd op zo’n manier dat de ecologische balans behouden blijft zodat de reproductieve capaciteit bewaard blijft (duurzaamheidprincipe), en gemeenschappelijk bezit zou op democratische wijze moeten worden beheerd door een gemeenschap (principe van het democratisch beheer).
De omzetting van het huidige elektriciteitssysteem in een gemeenschappelijk goed vraagt om drastische technische veranderingen in de richting van duurzame energiebronnen. Duurzame energie als wind- en zonne-energie zorgen voor een potentieel gemeenschappelijk bezit, omdat ze “energie-inkomen” zijn uit de regeneratieve capaciteit van de natuur, geen uitputbaar “energiekapitaal” als fossiele brandstoffen en kernenergie (Lovins, 1977). Het “gedistribueerde nutsbedrijf” (Weinberg e.a., 1993) of het “mini-elektriciteitsnet” zijn ook concepten die de pogingen belichamen om een elektriciteitssysteem op te zetten dat zowel milieuschade als de economische kosten kan minimaliseren door plaatselijk beschikbare bronnen te gebruiken. Iedere stap die wordt genomen om onze afhankelijkheid van het energiekapitaal te verminderen (bijv. door het verbeteren van efficiëntie en energiebehoud) en om ruimte te creëren voor een gedistribueerd netwerk van duurzame energie is een stap vooruit naar het doel van de hervorming van elektriciteit. Zo’n fysieke transformatie zou op haar beurt elektriciteit beschikbaar maken voor meer mensen, waardoor de voordelen en kosten van de productie van elektriciteit evenwichtiger worden verdeeld.
Om de nieuwe context van energie als gemeenschappelijk bezit te creëren, zouden de grondbeginselen die de werking van het elektriciteitssysteem beheersen veranderd moeten worden. Als de principes gelijkheid en duurzaamheid bijvoorbeeld tot uiting moeten komen in de werking van het transport&distributie (D&D) systeem, dan moet de manier waarop het D&D systeem werkt drastisch worden veranderd. Ten eerste zouden alle generatoren die voldoen aan bepaalde sociale en milieutechnische criteria toegang moeten hebben tot D&D netwerken. Verder zouden generatoren die elektriciteit produceren op een sociaal meer verantwoorde en milieuvriendelijkere manier voorrang moeten krijgen bij het gebruik van de D&D systemen (bijv. doeltreffendheid m.b.t. het milieu). Ten tweede zou iedere gemeenschap het recht moeten hebben op toegang tot D&D netwerken, maar met een bepaalde limiet, zodat de gemeenschappelijke goederen niet worden overvraagd. Ten derde, het vermijden van het gebruik of de upgrade van D&D netwerken zou moeten worden aangemoedigd wanneer dit haalbaar is. Het ontkoppelen van de vergoeding van D&D operators van het aantal kWh dat ze doorgeven, en het ondersteunen van de investering in gedistribueerde bronnen door gebruik te maken van de bijdragen die worden betaald voor het gebruik van D&D systemen, zou de overgang van het huidige elektriciteitssysteem naar een gedecentraliseerd systeem gebaseerd op gedistribueerde nutsbedrijven kunnen versnellen. Op zijn beurt zal dit zorgen voor een goede basis om de beslissende macht weer aan iedere gemeenschap te geven.
Natuurlijk zal de overgang zoals hierboven besproken niet plaatsvinden zonder aanzienlijke politieke veranderingen. Om ervoor te zorgen dat initiatieven voor de hervorming van de energiesector bij kunnen dragen aan de overgang van de elektriciteit naar een gemeenschappelijk bezit, moeten de democratische beginselen van transparantie, rekenschap en deelname (TRD) moeten worden aangehouden (zie kader 1). Hiervoor zijn niet alleen veranderingen in het besluitvormingsproces noodzakelijk, maar ook in de onderliggende machtsverhoudingen in de elektriciteitsbedrijfstak. Met andere woorden, verscheidene maatschappijorganisaties van burgers zoals vakbonden, consumentengroeperingen, NGO’s op het gebied van het milieu en andere gemeenschapsorganisaties zouden de macht moeten ontwikkelen om ervoor te zorgen dat het proces van de hervorming van de energiesector niet wordt gekaapt door ondernemingen. Hoewel ondernemingen soms onoverwinnelijk lijken, kunnen burgerlijke maatschappijgroeperingen hun macht effectief uitdagen wanneer ze een sterke coalitie vormen rond de principes van publieke belang die tot uiting komen in veel gevechten tegen privatisering en liberalisering overal ter wereld. Met andere woorden, het alternatief voor energieliberalisering is transformatie van kracht, kracht zowel in technische als in politieke zin.

.png)


.jpg)