2.5.2 Herontdekken van publieke kracht
Sommige mensen betogen in debatten over energieliberalisering dat het behouden of opnieuw opzetten van door de overheid beheerde nutsbedrijven de sleutel is tot het verzekeren van betrouwbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van het elektriciteitsaanbod. Voorstanders van publieke energie benadrukken dat publieke nutsbedrijven vanwege hun not-for-profit aard tegen lagere kosten elektriciteit kunnen leveren aan consumenten en diverse programma’s voor het algemene nut kunnen uitvoeren, die niet zo gemakkelijk worden uitgevoerd door private bedrijven die door winst zijn gedreven (zie http://www.APPAnet.org voor details).
Hoewel openbare nutsbedrijven overal ter wereld worden afgeschilderd als een symbool van inefficiëntie op managementgebied of organisatorische stagnatie, ontstaan deze problemen vaak als gevolg van een reguleringsstructuur, zoals in het vorige onderdeel is besproken, in plaats van automatisch als gevolg van het soort eigendom. Als ze onderworpen is aan slimme regelgeving en effectief publiek toezicht, dan kan publieke energie inderdaad het beste middel worden om burgers van elektriciteitsdiensten te voorzien, gebaseerd op principes van algemeen belang. Hernieuwde aandacht voor publieke energie na de elektriciteitscrisis in Californië laat zien dat publieke energie heruitgevonden kan worden om de nieuwe uitdagingen van de eenentwintigste eeuw aan te gaan (zie kader 2).
Er zijn veel vormen van publieke energie, maar gemeentelijke nutsbedrijven en elektriciteitscoöperaties vormen het grootste deel. Gemeentelijke nutsbedrijven worden opgezet als onderdeel van de formele structuur van plaatselijke overheden en worden vaak in stedelijk gebied opgezet, terwijl coöperaties vaak gebaseerd zijn op gemeenschapsorganisaties, die vaker in landelijke gebieden voorkomen.
Toen elektriciteitsnetwerken voor het eerst werden opgezet in vooraanstaande geïndustrialiseerde landen als de VS, Groot-Brittannië en Duitsland, speelden gemeentebesturen een belangrijke rol bij het beheren van het systeem, ofwel door het afgeven van een bedrijfsconcessie ofwel door het opzetten van eigen nutsbedrijven. Hoewel het aantal gemeentelijke nutsbedrijven enorm is verminderd door de golf van fusies en acquisities halverwege de twintigste eeuw, leveren sommige nog steeds betaalbare energie aan de burgers. In de VS bestaan er bijvoorbeeld nog 2009 gemeentelijk beheerde nutsbedrijven, waarvan een paar concessies, en ze bedienen 15% van het totale aantal elektriciteitsklanten (U.S. EIA, 2002). Deze gemeentelijke nutsbedrijven rekenen over het hele land gezien minder dan private nutsbedrijven (APPA, 2002).
Gemeentelijk beheerde nutsbedrijven worden beheerd door de “consumenten-eigenaars” door middel van plaatselijk gekozen of aangewezen ambtenaren. De meerderheid van de gemeenschappen met gemeentelijk beheerde nutsbedrijven brengt de beherende autoriteit onder in de gemeenteraad, maar sommige gemeenschappen institutionaliseren de democratische controle ervan door leden voor de raad van het nutsbedrijf direct door de burgers te laten kiezen. Hoewel deze leiding slechte investeringsbeslissingen kan nemen waardoor het belang van de burgers wordt geschaad, is het gemakkelijker om haar rekenschap te laten afleggen voor haar fouten dan haar tegenhanger in nutsbedrijven in private of in overheidshanden. Door raadsverkiezingen hebben de inwoners van Sacramento, Californië, bijvoorbeeld de leiding van het gemeentelijk beheerde nutsbedrijf Sacramento Municipal Utility District (SMUD), die het bedrijf tot op de rand van het faillissement bracht door grote investeringen in dure kernenergieprojecten, naar huis gestuurd. Vandaag de dag is SMUD een van de grootste elektriciteitsbedrijven in de VS en een belangrijke leider op het gebied van energie-efficiëntie en investeringen in duurzame energie (zie Smeloff en Asmus, 1997 voor details of bezoek de website van SMUD http://www.smud.org).
Er komt steeds meer belangstelling voor het model van het gemeentelijk beheerde nutsbedrijf na de elektriciteitscrisis in Californië, omdat de gemeentelijk beheerde nutsbedrijven in die staat niet onderhevig waren aan de prijsinstabiliteit. Omdat ze niet waren onderworpen aan de drang naar gedwongen deregulering konden ze faciliteiten voor de productie van elektriciteit in eigendom houden en/of overeenkomsten voor de aankoop van energie op lange termijn aangaan. Hierdoor betaalden ze gemiddeld slechts 30 dollar per kWh terwijl de groothandelsprijs in Californië steeg naar 377 dollar per kWh. Nu onderzoeken veel gemeenschappen in de VS de optie om eigen gemeentelijk beheerde nutsbedrijven op te zetten. San Francisco probeert bijvoorbeeld om de installaties voor distributie en transport op te kopen van de huidige eigenaar, PG&E, om zo een gemeentelijk beheerd nutsbedrijf op te zetten. Ook heeft de stad besloten om ’s werelds grootste zonne-energienetwerk (50 MW) te bouwen. Dit plaatselijke energieproject zal worden gefinancierd door de Solar Bond Authority, hetgeen in 2001 door de kiezers werd goedgekeurd (zie http://www.local.org voor details).
In ontwikkelings- en overgangslanden zijn plaatselijke overheden soms ook enorm betrokken bij het leveren van elektriciteit aan de burgers als onderdeel van de gemeentelijke dienstverlening. Hoewel sommige succesvol zijn bij het leveren van elektriciteit, zijn andere ten onder gegaan aan financiële problemen die vaak werden veroorzaakt door niet-betaling of te lage betaling van hun diensten. In veel gevallen staan die plaatselijke overheden onder druk om hun gemeentelijke nutsbedrijven te privatiseren of om bij de levering van elektriciteitsdiensten commerciële principes toe te gaan passen, hetgeen over het algemeen betekent dat armen worden afgesloten van elektriciteit. Sommige gemeentewerkers en andere leden van gemeenschappen stellen echter voor hun gemeentelijk beheerde nutsbedrijven te “herontdekken” door middel van een totale hervorming van plaatselijke overheden evenals verhoogde inspanningen om op efficiënte wijze elektriciteit te leveren (zie kader 3). Hun voorstel verdient meer aandacht gezien het belang van een op openbare dienstverlening gerichte werkzaamheid van het elektriciteitssysteem in ontwikkelings- en overgangslanden.
Het model van elektriciteitscoöperaties kan een belangrijk onderdeel vormen van de inspanningen voor de energiehervormingen, vooral wanneer het gaat om het aanleggen van elektriciteit in landelijke gebieden. Volgens het Internationale Energie Agentschap (IEA) heeft ongeveer een kwart van de wereldbevolking, zo’n 1,6 miljard mensen, geen elektriciteit. De grootste concentratie mensen die geen elektriciteit heeft is, wordt gevonden in Afrika ten zuiden van de Sahara, Zuid- en Zuidoost-Azië, en 80% van hen woont in landelijk gebied (IEA, 2002). Hoewel andere vormen van energie misschien dringender nodig zijn, zorgt het gebrek aan toegang tot elektriciteit voor een belangrijke barrière voor duurzame ontwikkeling, aangezien elektriciteit van onmisbaar belang is voor het voorzien in adequate gezondheidszorg, goed onderwijs en andere sociale diensten.
De aanleg van elektriciteit in landelijke gebieden is in veel delen van de wereld nog niet gebeurd gedeeltelijk vanwege de hoge kosten van het verbinden van de dun bevolkte landelijke gebieden met gecentraliseerde energiefaciliteiten. Ondanks de hoop dat door het openbreken van de energiemarkt kapitaal bijeengebracht zou worden dat benodigd is voor de aanleg van elektriciteit, heeft de energieliberalisering tot nu toe niet voor een versnelling van de aanleg van elektriciteit in landelijke gebieden gezorgd. Dat komt omdat private investeerders in de elektriciteitsindustrie zich richten op lucratieve stedelijke en industriële gebruikers. Zonder speciaal beleid van de overheid om aan de behoefte van de niet-aangesloten landelijke gebieden te voldoen, zal het elektriciteitsgat daarentegen steeds groter worden.
In sommige landen wordt er een concessiemodel uitgeprobeerd, waarin het monopolie voor een gebied wordt gegeven aan de concessionaris met het laagste bod op kosten-/subsidiegebied, om de landelijke gebieden van dienst te zijn. Hoewel dit model er gewoonlijk op is gericht om met overheidssubsidies als lokmiddel buitenlands privé-kapitaal aan te trekken, kunnen plaatselijke non-profitorganisaties ook succesvol worden ingezet bij het aanleggen van elektriciteit in landelijke gebieden. In feite is de door de consument beheerde elektriciteitscoöperatie in veel delen van de wereld een van de belangrijkste middelen om het landelijke gebied van elektriciteit te voorzien. Landelijke elektriciteitscoöperaties in de VS speelden bijvoorbeeld een onmisbare rol bij het verbinden van het landelijke gebied met door de federale regering betaalde energiefaciliteiten, die waren gebouwd om het publiek van betaalbare elektriciteit te voorzien (zie de website van de National Rural Electric Cooperative Association, http://www.nreca.org voor details).
Terwijl landelijke elektriciteitscoöperaties zich in het verleden richtten op een aansluiting op het landelijk elektriciteitsnet, richten ze zich nu op elektriciteitstechnologieën los van het elektriciteitsnet of op een mini-elektriciteitsnet, die vaak zijn gebaseerd op duurzame energiebronnen als zonne-energie, wind- en biomassa-energie. Eigenlijk worden systemen los van het elektriciteitsnet en gebaseerd op duurzame energiebronnen nu beschouwd als een van de meest levensvatbare opties om elektriciteitsdiensten te leveren aan de bevolking in landelijk gebied in veel ontwikkelingslanden (zie Byrne e.a., 1998).
Hoewel de initiële kosten van het installeren van dergelijke systemen nog heel hoog zijn, kunnen landelijke coöperaties of andere gemeenschapsorganisaties ze financieren door een combinatie van vergoedingen van gebruikers, overheidssubsidies en micro/mini kredietfinanciering. Zoals duidelijk wordt uit enige succesvolle gevallen, kan de economische en de milieutechnische duurzaamheid van elektriciteitssystemen op plaatselijk niveau ook nog enorm worden vergroot wanneer ze ontworpen zijn om onmisbare energiediensten aan de gemeenschap te leveren (bijv. irrigatie, koeling van medicijnen, het verlichten van gemeenschapsfaciliteiten enz.). Het is vanzelfsprekend dat eigendom of beheer in handen van de gemeenschap de kans vergroot dat het ontwerp van een bepaald elektriciteitssysteem het best in de behoeften van die gemeenschap kan voorzien.

.png)


.jpg)