Inleiding
In 2003 is er een nieuwe elektriciteitswet in werking getreden. De Indian Electricity Act 2003 komt voort uit drie oudere wetten, de Indian Electricity Act (1910), de Indian Electricity (Supply) Act (1948) en de Electricity Regulatory Commissions Act (1998). Het doel van deze nieuwe wet is het elektriciteitsnet in India te verbeteren en ervoor te zorgen dat iedereen voorzien is van stroom.
Stand van zaken
In India wonen meer dan een miljard mensen. Van hen woont 28% in stedelijk gebied en 72% in plattelandsgebieden. Het huidige elektriciteitsnetwerk van India bereikt 85% van het stedelijk gebied en een kleine 40% van de plattelandsgebieden. Het netwerk is eigendom van de staat en wordt ook door de staat gerund. De basis van het netwerk bestaat uit verscheidene State Electricity Board’s (SEB) die voor de opwekking, transport en distributie van energie zorgen.
De energie die wordt aangeboden is niet of nauwelijks constant, soms maar een aantal uur per dag (vooral in de plattelandsgebieden) en heeft te kampen met veel storingen en uitvallen.
Ondanks dat de (geschatte) capaciteit van India de op 3 na grootste van de wereld is (zo’n 107.000 MW), is er behoefte aan een jaarlijkse groei van zo’n 10%, omdat de SEB’s de aanvraag niet aankunnen doordat het netwerk zo slecht is en er grote verliezen zijn. Deze bestaan uit hoge transport- en distributie verliezen, technische verliezen en diefstal.
De elektriciteitsmarkt staat al open voor private ondernemingen, na veel druk van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Deze zogenoemde IPP’s (Independent Power Producers) moeten echter concurreren met de gesubsidieerde SEB’s, die stroom voor weggeefprijzen verkopen. Er is een aantal IPP’s geweest, waarvan Enron’s Dabhol de bekendste is, maar de animo hiervoor is (nog) niet erg groot.
Dwang van de Wereld Bank en IMF
Voor de verbetering en uitbreiding van India’s elektra netwerk is natuurlijk geld nodig. Geld dat India zelf niet heeft. De Wereld Bank heeft dit geld echter wel en wil het ook wel aan India lenen. Het zou immers niet de eerste keer zijn dat India geld leent van de Wereld Bank voor de energie sector. Sinds 1950 heeft de Indiase energie sector bij elkaar meer dan $7,8 miljard geleend.
De leningen gaan per staat en het zijn allemaal Adapted Programm Loans, wat inhoud dat een project gefaseerd een lening krijgt. De eerste staat welke een lening ontving was Orissa, dat in 1996 in totaal $350 miljoen heeft geleend. Hierna volgenden Haryana, in 1998, dat $60 miljoen heeft geleend, de eerste lening in een serie die de komende 8 tot 10 jaar totaal $600 miljoen gaat bedragen, in 1999 kreeg Andrha Pradesh $210 miljoen, de eerste in een serie leningen die de komende 8 jaar uitgroeit tot 1 miljard dollar en in 2000 werd een lening van $150 miljoen toegewezen aan de staat Uttar Pradesh.
Naast deze leningen is er ook nog geld geleend aan het POWERGRID-project, een project dat er voor moet zorgen dat alle hoogspanningskabels en verdeelstations weer opgeknapt worden en waar nodig worden aangevuld. In totaal is, sinds 1993, $1,5 miljard geleend aan dit project en er is al een toezegging voor nog eens $450 miljoen voor het POWERGRID II-project.
De Wereld Bank en het IMF stellen echter wel een paar voorwaarden aan die lening, waarvan het liberaliseren van de energie sector toch wel het belangrijkste is. Het komt er dus op neer, dat India de energie markt, wat nu nog een door de staat gerund bedrijf is, moet privatiseren anders krijgt het de lening om het energienetwerk te verbeteren niet. Het idee van de Wereld Bank was, om de SEB’s op te splitsen in drie aparte ondernemingen, een voor opwekking, een voor transport en een voor distributie. Deze zouden dan vervolgens geprivatiseerd moeten worden.
Onder druk van de Wereld Bank en het IMF werd een nieuwe elektriciteitswet gemaakt en aangenomen: de Indian Electricity Act 2003.
Electricity Act 2003
De voornaaste doelen van deze wet zijn onder meer het samenvoegen van de bestaande elektriciteitswetten, industrie ontwikkelen, concurrentie promoten, belangen van consumenten beschermen, elektriciteitslevering aan alle gebieden en een reële elektriciteitsprijs.
Doordat de Wereld Bank en het IMF aan de wieg van deze wet stonden, wordt privatisering als de oplossing van alle problemen gezien. Om die privatisering te stimuleren is een aantal punten in de wet opgenomen:
Opwekking:
- Een bedrijf (i.e. private onderneming) kan een elektriciteitscentrale opzetten voor het opwekken van energie, zonder daarvoor een vergunning nodig te hebben van de CEA (Central Electricity Authority). Alleen waterkrachtcentrales hebben een vergunning nodig.
- Elektriciteitscentrales kunnen hun stroom direct aan afnemers of distributie bedrijven verkopen.
- Een energiecentrale heeft toegang tot het bestaande elektriciteitsnetwerk.
- Elk rechtspersoon kan een ‘Captive Generation Plant’ opzetten (een energieopwekkingscentrale voor eigen gebruik) zonder vergunning en heeft vrijelijk toegang tot het elektriciteitsnetwerk.
Transmissie:
- Voor transmissie is een vergunning vereist.
- Toegang tot afnemers, centrales en distributeurs, via bestaande netwerk. Hier moet wel voor betaald worden.
Distributie:
- Voor distributie vergunning vereist, behalve in door de regering aangegeven plattelandsgebieden.
- Gefaseerde toegang tot bestaande netwerk.
Daarnaast is er nog een aantal opvallende punten, te weten:
- Kernenergie is niet opgenomen in deze wet. Voor kernenergie bestaat in India de Atomic Energie Act.
- Elektriciteitsafnemers kunnen elke elektriciteitsaanbieder kiezen voor de levering van stroom, ook al is deze aan de andere kant van het land.
- Als de stroom is uitgevallen als gevolg van een bijvoorbeeld een orkaan of een overstroming heeft het energiebedrijf de vrijheid om de stroom weer aan te sluiten en is door de wet niet hiertoe verplicht.
- Het tarief voor stroom wordt niet direct door de overheid bepaald, maar door door de overheid aangewezen commissies, te weten de Central Electricity Regulatory Commission (CERC) en de State Electricity Regulatory Commission (SERC). Beide commissies moeten nog gevormd worden.
- Als er reden is om te geloven dat er elektriciteit werd-, wordt- of gestolen zou kunnen worden, dan mag een daarvoor aangewezen persoon binnendringen, een huiszoeking doen en dingen in beslag nemen.
- Werknemers in de energiesector die door deze wet overgeplaatst moeten worden en hierdoor op enige manier schade oplopen, vallen niet meer onder de bescherming van de Industrial Disputes Act welke bemiddeld in rechtzaken over o.a. persoonlijke schade tijdens het werk, een onterecht ontslag, enz.

.png)


.jpg)