Nieuwsbrief #2 - Winter 2003/2004
Op 1 juli 2004 gaat de markt voor elektriciteit helemaal open; iedereen mag een aanbieder kiezen. Er is dan drie jaar ervaring opgedaan met de open markt voor groene stroom. De volledige liberalisering is meerdere malen uitgesteld maar minister Brinkhorst is er nu zeker van. Het kan, dus het moet. Verplicht is het niet; de Europese Unie heeft alle landen de tijd gegeven tot in elk geval 1 juli 2007.
Natuurlijk weet ook Brinkhorst dat het geen vlekkeloze operatie zal worden. Hoewel onderzoek aantoont dat maar een klein deel van de consumenten overweegt over te stappen naar een nieuwe aanbieder leert de chaos op de groene energiemarkt dat zelfs een klein aantal consumentenbewegingen de zaak flink in de soep kunnen laten lopen. Bedrijven laten klanten niet makkelijk gaan en de administratie is hopeloos.
Toch is bescherming van het primaire consumentenbelang op korte termijn niet de grootste zorg van WISE. Wij zijn bezorgd over de grotere gevolgen op langere termijn – de mate waarin een onafhankelijk en in elk geval democratisch gekozen orgaan (bijvoorbeeld de landelijke overheid) invloed kan blijven uitoefenen op de vraag op welke manier en door wie er elektriciteit geproduceerd wordt. Liberalisering is immers een opstapje op weg naar privatisering. Nu al kan de overheid bijna niet meer bepalen wanneer en hoe er geproduceerd wordt. En de marktsituatie is zo onzeker dat bedrijven onvoldoende geprikkeld worden om nieuw vermogen te bouwen.
Als er niet op redelijk korte termijn werkelijk nieuwe stappen worden gezet om lange termijn kaders af te spreken op weg naar een werkelijk duurzame energievoorziening (een deltaplan) zullen we de komende jaren gegarandeerd geconfronteerd worden met steeds grotere problemen; kleine bedrijven zullen kopje onder gaan, het aantal grote stroomstoringen zal toenemen. Nederlandse en in het algemeen alle kleine energiebedrijven zullen overgenomen worden door een paar grote Europese spelers op de markt die vervolgens zoveel macht en marktpositie krijgen dat ze vrijwel niet meer te sturen zijn; op duurzaamheid, sociale politiek (arbeidsvoorwaarden) of gedrag van het bedrijf in verre buitenlanden.
De landelijke overheid denkt dat het allemaal wel goed komt. Er worden randvoorwaarden geschapen om leveringszekerheid, controle en kwaliteit te waarborgen. Over het milieu wordt niet gesproken. In algemene zin geldt nog steeds het adagium; liberalisering leidt tot efficiency en dat leidt tot minder verspilling en dat leidt tot milieuverbetering. Helaas zijn hier geen bewijzen voor, integendeel. In alle landen die verder zijn met liberalisering en privatisering van de elektriciteitsmarkt zie je dat de bedrijven er vooral baat bij hebben meer elektriciteit te verkopen, baat hebben bij het terugschroeven van de normen voor milieubescherming en slechts zeer aarzelend investeren in duurzame bronnen.
Wij vinden het aan de landelijke overheid om - middels eigendomsstructuren – te zorgen voor waarborging van algemeen maatschappelijke doelen. Bovendien is er na vergaande liberalisering (laat staan privatisering) geen weg terug. En dat terwijl de voorbeelden toch niet vreselijk hoopgevend zijn.
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| 1.04 MB |

.png)


.jpg)