Met kernenergie naar een duurzame energievoorziening in 2050 ?

Opiniestuk door Peer de Rijk, WISE
 
Gepubliceerd in 'Utilities',  november 2006

 

Nederland kan de overgang naar een duurzame energievoorziening het beste realiseren via een geleidelijke, stapsgewijze aanpak waarin innovatiekansen op het gebied van duurzame energiebronnen en nieuwe energiedragers optimaal worden benut.

 

Dit zegt de taskforce energietransitie. En ze hebben groot gelijk. De weg ernaartoe (transitieperiode) is bepalend voor het doel, het resultaat (een duurzame energievoorziening) .
Het wordt niet eenvoudig en zo ongeveer alles wat er aan vernuft, politieke moed en bestaande en toekomstige schone technologieën beschikbaar is moet van stal worden gehaald om in 2050 minstens 50% minder CO2 uit te stoten (tov. ijkjaar 1990).

 

We weten ook zo langzamerhand dat de overheid hoe dan ook een grote rol zal moeten gaan of blijven spelen. Het bedrijfsleven, de energiesector, lagere overheden, investeerders en techneuten schreeuwen om lange termijn regie en kaders.

 

Een deel van de doelstelling zal gehaald moeten worden in de elektriciteitssector. En bewegingen en veranderingen in de elektriciteitsproductie zijn maatgevend. Een omslag in het denken en handelen in die sector heeft een brede uitstraling. Des te meer reden om de gewenste veranderingen in die sector zo slim mogelijk in te zetten en alle besluiten die in de komende tien jaar genomen moeten worden altijd te beoordelen met een bril die 50 jaar vooruit kijkt.

 

Zij die niet geloven in de vergaande invloed van besparing- en efficiencybeleid komen uit op een noodzakelijk te realiseren uitbreiding van productiecapaciteit met een paar duizend megawatt vermogen. Als je alle min of meer concrete plannen voor nieuwbouw in Nederland naast elkaar zet zie je dat er sprake is van maar liefst ruim negen duizend megawatt aan nieuwe centrales. Die zullen dus niet allemaal gerealiseerd worden. Al die nieuwbouwplannen gaan over, meer of minder schoon, fossiel vermogen.

 

En dan is er nog de discussie over een nieuwe kerncentrale. Niemand weet precies uit te leggen waarom we er überhaupt weer over moeten praten maar het gebeurt wel.
Het heeft in elk geval iets te maken met het onvermogen van de politiek in de afgelopen jaren om een beleid in te zetten dat zonder kernenergie tot voldoende CO2-reductie zou leiden. Althans, dat is de verklaring van staatssecretaris Van Geel; hij was bang in de knel te komen met Kyoto-doelstellingen, loodste het besluit om de bestaande centrale in Borssele langer open te houden effectief door de politiek en bedacht daarna dat het wel aardig zou zijn als het mogelijk zou worden nog een kerncentrale te bouwen. Deze zou immers, vergeleken met een kolencentrale die “anders zeker gebouwd zou worden” veel minder Co2 uitstoten.

 

En alleen al de discussie heeft als belangrijk bijeffect dat er minder aandacht is voor wat er wel echt moet gebeuren. Wie groot (12-1600 Mw.) basislast kernvermogen gaat bouwen voor zeker veertig en misschien wel zestig jaar gaat niet meer nadenken over besparing, efficiency en duurzame, decentrale bronnen. Integendeel, om een en ander enigszins betaalbaar te maken – althans op de korte termijn - zal er gepleit worden voor de bouw van meer kerncentrales. Een enorm lock-in effect. Een kerncentrale kost met gemak drie miljard euro, kost tien jaar om te bouwen en is alles behalve flexibel in te zetten. Er zal hoe dan ook veel maatschappelijke en politieke aandacht naar toe gaan en het zal tot verzet leiden. Zo ongeveer precies het omgekeerde van wat we nodig hebben in de komende jaren van transitie.

 

De inzet van kernenergie zou rationeel genoemd kunnen worden in een situatie waarin vastgesteld wordt dat ook het einddoel voor een belangrijk deel op kernenergie steunt. Alleen noemen we dat einddoel dan niet meer een duurzame energievoorziening maar een die minder afhankelijk is van die andere fossiele brandstoffen, kolen en gas.
Zolang het over 1 of misschien 2 centrales gaat ben je niet bezig de innovatiecapaciteit, de kennis waarin Nederland excelleert, (wind, water) of de bestaande industrie te ondersteunen. Een kerncentrale zal door Fransen, Polen en Finnen gebouwd en onderhouden worden. Misschien mogen we beton storten – als het dan maar een andere betonboer is dan diegene die de flats op het Amsterdamse Bos en Lommerplein heeft gebouwd.

 

Er gaat relatief veel aandacht naar het debat over een nieuwe kerncentrale. Gaat het er dan echt van komen? Het is anno 2006 natuurlijk aan de markt om daarover te beslissen. Maar de overheid bepaalt nog wel de minimale eisen. Die heeft VROM onlangs, op basis van nieuwe onderzoek, op tafel gelegd. Ze gaan over veiligheid, de milieugevolgen van andere stappen inde cyclus, over de kosten en, zij het minimaal, over zaken als proliferatie.
Het resultaat is mager. Een eindeloze herhaling van zetten op basis van een selectieve koopjesronde langs de verschillenden winkels die er nu eenmaal zijn. Als je een kerncentrale wilt bouwen plak je alle optimistische inschattingen over wat er kan gaan gebeuren rond veiligheid en milieubescherming, toekomstig afvalbeheer en beperking van de interesse van terroristen en boevenstaten voor kernwapens aan elkaar en concludeer je dat het kan. Als je kritisch kijkt naar de rationaliteit van de keuze voor meer kernenergie bekijk je de huidige praktijk en de ervaringen van de afgelopen 50 jaar en kom je tot de conclusie dat het glas toch echt halfvol is en zich ook in de komende decennia niet zal vullen. Het enige rapport dat nieuwe noties bevatte (die over de milieugevolgen van uraniumwinning) leidde tot dermate kritische conclusies dat Van Geel die nog niet heeft willen publiceren. Eerst wordt er een robbertje gevochten met de onderzoekers. Als die buigen dan wordt de afgezwakte versie alsnog aan de kamer gestuurd. Als de onderzoekers vasthouden aan de bevindingen dan zal Van Geel toch echt met de billen bloot moeten. In het onderzoek staat dat milieuverantwoorde uraniumwinning eigenlijk alleen maar kan door het als reststof uit de fosfaatindustrie te winnen. Dat leidt tot een enorm tekort, prijsopdrijving en geopolitieke instabiliteit. Geen fijne boodschap als je graag een kerncentrale wilt bouwen. Het rapport biedt nog een uitweg; uraniumwinning uit maar een paar van de mijnen uit slechts twee landen (Canada en Australië), mits zelfs die prakrijk nog verder wordt aangepast. Maar zelfs die ‘second best option’ leidt tot problemen (tekorten, distorties in de prijs)
In de voorwaarden die Van Geel nu vast aan de kamer voorlegt heeft hij zeer selectief gewinkeld uit het uraniumrapport. Het valt te hopen dat de kamer in elk geval het oorspronkelijke rapport opvraagt en zich daar een oordeel over vormt.

 

Veiligheid en kosten zijn de belangrijkste aspecten. Delta, het energiebedrijf dat totnutoe de meeste interesse toonde, heeft tussen neus en lippen door al laten doorschemeren dat de financiele eisen (geen overheidssteun, geld voor ontmanteling en afvalbeheer meteen vanaf het begin genereren en zo veilig mogelijk beheren) misschien wel te zwaar zijn. Overigens is de deur voor staatssteun helemaal niet definitief dichtgegooid. Wie de notitie met randvoorwaarden goed leest ziet dat er nog allerlei kieren en gaten zijn die, als er maar politieke steun is, voldoende mogelijkheden bieden om het investeerders financieel wat makkelijker te maken. Ten opzichte van de bestaande situatie waarin kernenergie allerlei voordelen geniet zijn de voorstellen een verbetering maar er blijven nog genoeg gaten over. De bestaande praktijk waarin de overheid bij een ongeluk of aanslag financieel garant staat voor de schade boven de 700 miljoen euro bijvoorbeeld is uniek voor deze sector. Van Geel verantwoordt deze keuze met een verwijzing naar de watersnoodramp van 1953. Laten we nou altijd gedacht hebben dat het een natuurramp betrof en niet een gevolg was van een keuze om een bepaald soort fabriek te bouwen..

 

Fracties die heel graag een nieuwe kerncentrale willen zijn dezelfde fracties die de mond vol hebben van level playing field en vrije marktwerking, ook in de energiesector. Maar kernenergie moet ondersteund blijven worden. Zo zie je dat de ratio ver te zoeken is in dit debat.

 

Lastiger wordt het in de discussie over veiligheid. Het is zeer opmerkelijk (regie-fout?) dat Van Geel in zijn notitie een eis stelt aan de maximale kans op een ernstig ongeluk die, volgens het rapport over veiligheid van nieuwe typen centrales, voor de zogenaamde EPR reactor niet haalbaar is. Het verschil is klein maar als Van Geel en de kamer vasthoudt aan haar eigen uitgangspunt is het eigenlijk einde oefening. Dan komt wat de gewenste veiligheid betreft alleen de vierde generatie reactoren misschien in aanmerking. En die ligt de komende 20 jaar alleen nog maar op de tekentafels.

 

Als de politiek zichzelf serieus neemt wordt er geen nieuwe kerncentrale gebouwd. Als dat nou ook nog een beetje snel geconcludeerd wordt kunnen we ons allemaal bezig gaan houden met kansen en mogelijkheden die er wel liggen.

 

Peer de Rijk

Help mee! Houd ze tegen


 


 

Stroomt u mee?

Wat is de beste toekomst voor Zeeland? Wordt het steeds meer een nucleaire provincie, vol met kernafval en radioactiviteit of ontwikkelt het zich groen ? Doe mee, kijk op www.stroomnaardetoekomst.nl

 

Be WISE - schenk slim

Ook schoon genoeg van kernenergie? Steun ons - slim - fiancieel.  WISE is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), waardoor giften fiscaal aftrekbaar zijn. Maar het kan nog beter: Met een periodieke schenking!

Lees verder....

Radiating posters

'Radiating Posters; a collection of posters from the global movement against nuclear power', is nu verkrijgbaar. Ruim 600 affiches uit 45 landen, 192 pagina's. 20 Euro, bestellen via posterbook@antenna.nl

Groene stroom? Ja graag!

Bijna alle energiebedrijven bieden groene stroom. Maar dat is vaak maar een fractie van het totale pakket dat ze aanbieden. WISE vergelijkt alle aanbieders op de milieukwaliteit van hun totale aanbod. Als u echt een signaal wilt afgeven en klant wilt worden van een bedrijf dat alleen maar groene energie verkoopt stapt u over naar Greenchoice.