Verslag bijeenkomst 'Schone Energie voor Ontwikkeling', op weg naar Bali

Hoe houden wij ons hoofd boven water?

Op 26 november 2007 heeft WISE een informatie en discussiebijeenkomst georganiseert in de aanloop naar de klimaatconferentie op Bali in December 2007. De avond bestond uit twee delen. Tijdens deel I werd vanuit verschillende invalshoeken ingegaan op het thema duurzame energie en armoedebestrijding. In deel II werd een document aangeboden aan Minister Cramer, hoofd van de Nederlandse delegatie tijdens in Bali. Het document geeft weer wat 13 milieu- en ontwikkelingsorganisaties vinden dat er moet gebeuren op de klimaatconferentie.

Deel I
In het welkomstwoord van Peer de Rijk van WISE introduceerde hij het centrale thema van de avond; "kan de klimaatcrisis op duurzame wijze opgelost worden terwijl we tegelijkertijd energiearmoede bestrijden?" Over dit thema volgden verschillende presentaties.

Ian Tellam, ETC Energy
Een presentatie over armoede, duurzame energie en klimaatverandering
Volgens Ian Tellam zijn de kosten voor duurzame energietechnologieën te duur voor de meeste arme mensen. Indien betaalbaar zou schone energie wel de behoefte van veel mensen in ontwikkelingslanden kunnen dekken, er is genoeg potentie. Er zijn een aantal factoren die bepalen of duurzame energieprojecten kunnen slagen: een actieve overheid en een betrokken private sector.
Aan de andere kant is het zo dat als er 2 miljard arme mensen toegang tot een hoeveelheid elektriciteit krijgen die de eerste basisbehoeften dekt de wereldwijde toename van CO2 uitstoot met minder dan 1% stijgt. Mensen zonder toegang tot energie (the ‘energy poor’) zijn dus geen gevaar voor het klimaat. Het gevaar ligt elders, namelijk bij de energie sector, de transport sector en de productie sector, daar zou de klimaat politiek op gericht moeten zijn.
Conclusie: stel geen voorwaarden aan de soort energie die voor deze groep mensen beschikbaar komt.

Opmerking: Het argument dat het maar om 1% van de totale CO2 uitstoot gaat kan je voor alle maatregelen gebruiken, ook voor bijvoorbeeld spaarlampen, het draagt weinig bij. Maar een heleboel kleine acties bij elkaar zorgen voor verandering.
Antwoord Ian: Inderdaad. Maar het punt is dat je de ontwikkeling van arme mensen belemmert door ze de fossiele brandstoffen te ontzeggen.

Vraag: Als je berekent dat arme mensen maar voor 0,26 procent van de CO2 uitstoot verantwoordelijk zullen zijn, dan ga je er vanuit dat arme mensen tevreden zijn met basisvoorzieningen, en niet méér willen, de vraag zich niet verder ontwikkelt.
Antwoord Ian: Iedereen wil dat mensen zich kunnen ontwikkelen, wanneer zij zich tot de middenklasse ontwikkelen, dan zullen andere beleidsmaatregelen voor hun gelden. Nu is het echter niet nodig om hun het recht te ontzeggen energie te gebruiken, zeker als het maar zo weinig CO2 uitstoot toevoegt aan het totaal.

Eva Sternfeld, China Environmental Research and Development Centre
Een presentatie over de energie situatie in China
De economische ontwikkeling van China gaat gepaard met een sterk groeiende behoefte aan energie. Om hieraan te voldoen is er in het vijfjarenplan van 2006-2011 een uitbreiding voorzien van zowel hernieuwbare energie als van kernenergie en kolen. China staat inmiddels op de tweede plek van de landen met de meeste uitstoot van CO2 en zal binnenkort de Verenigde Staten inhalen. Toch is de CO2 uitstoot in China relatief gezien (in verhouding tot de bevolking) geringer dan in andere geïndustrialiseerde landen.
Er is een groot potentieel om energie-efficiency te verbeteren en hernieuwbare energie te ontwikkelen. De afhankelijkheid van kolen als primaire energievoorziening zal blijven bestaan, schone kolentechnologie is daarom van groot belang. Sternfeld pleit er voor dat de westerse landen in Bali zullen besluiten dergelijke technologie en kennis beschikbaar te stellen aan China. Alleen dan zal een land als China bereid zijn mee te doen met nieuwe verdragen en afspraken. Nu wordt de kennis nog veel te veel beschermd ten bate van het Europese en Amerikaanse bedrijfsleven.
Naarmate de levensstandaard van de Chinezen stijgt groeit ook ook de behoefte aan een betere levenskwaliteit, inclusief een schoner milieu.
Daarnaast is er een groeiend milieubewustzijn bij de nationale leiders, wordt milieuwetgeving steeds beter gehandhaafd en wordt er fors geinvesteerd in uitbreiding van onderzoek naar- en ontwikkeling van- nieuwe technologieën.

Ad van Wijk, Econcern
Een presentatie over wat bedrijven kunnen doen om arme mensen aan energie te helpen op een duurzame manier. De belangrijkste boodschap is dat het wel degelijk kan.
Duurzame energie is voor iedereen binnen bereik. De energie efficiency is in heel veel landen nog heel slecht. Als het efficiënter kan kun je ook een enorme financiële besparing realiseren. Je moet kijken waar de problemen liggen en waar je kunt besparen. Verwarming is geen energieprobleem, maar een opslagprobleem (zomer versus winter).
Je moet niet alleen aan wind en zon etc denken, maar kijken naar het hele energiesysteem en kijken hoe je dat bedrijft en hoe je dat anders kan doen.
Armoedebestrijding kan hand in hand gaan met energiebesparing. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er een lokaal duurzaam bedrijf opgezet of ondersteund wordt dat door lokale mensen gerund wordt. Vanuit Nederland wordt een dienst verkocht, niet de energie zelf. Een voorbeeld van Econcern is een internetcafé op zonne-energie. Dat is ook een dienst voor de mensen hier in Nederland, omdat ze kunnen skypen en chatten met hun familie.
Bedrijven moeten bijdragen aan duurzame energie in ontwikkelingslanden. Dit kan door bedrijfsmatig dergelijke projecten te (voor)financieren. Subsidies zijn in heel veel gevallen niet nodig en soms contraproductief. In elk geval is het onzin als bedrijven via bv. de Wereldbank geld krijgen om dit soort projecten te financieren.

Vraag: Het economische systeem is gebaseerd op het verkrijgen van de laagste kostprijs. Duurzaam is vaak duurder. Denkt u dat we binnen ons huidige economische systeem snel genoeg kunnen overschakelen naar een verantwoorde energievoorziening?
Antwoord: Duurder is absoluut niet waar, efficiency is juist goedkoper. Er is één technologie waarbij het nog de vraag is of deze duurder is: zonnecellen. Maar dat moet je in de juiste context zien. In de ‘middle of nowhere’ is zonne-energie veel goedkoper, anders moet je allerlei kabels aanleggen en een centrale. Je moet naar de totale systeemkosten kijken, niet gaan concurreren met een kolencentrale.

Henk Keilman, RIG
Een presentatie over de potentie van investeringen in duurzame energie, vanuit het perspectief van de zakenman.
De afgelopen 20-30 jaar is er veel aandacht geweest voor duurzame energie, maar altijd in de sfeer van subsidies en regelgeving. Het heeft nooit kunnen functioneren in een marktconforme omgeving. Als investeerder zagen we er er lange tijd geen brood in. Daar is nu een omwenteling in te zien. De olieprijs is zeer hoog, en zal alleen maar hoger worden. Dat heeft te maken met het opraken van de olievoorraden en de grens aan de productiecapaciteit. Dat leidt tot een heel andere situatie, maar dat is ook een soort zegening, omdat we nu een duurzame energievoorziening moeten gaan realiseren. Wind en zonne-energie kunnen nu rendabel worden. Als je nu een gas- of oliecentrale stookt ben je duurder uit dan met wind- en zonne-energie. Kolen is nog wel een stuk goedkoper, maar ook veel meer vervuilend. We hebben dus de mogelijkheid om de wereld de facto onafhankelijk te maken van fossiele brandstoffen.
We besteden 10% van het bruto wereld product aan fossiele brandstoffen en daar komt niets voor terug, alleen het consumeren. We hebben wel een welvaart hierdoor kunnen opbouwen. Die welvaart moeten we nu gebruiken om fossiele brandstof achter ons te laten. Doordat het nu winstgevend is geworden om in hernieuwbare energievormen te investeren, kunnen we het aan het marktmechanisme overlaten. Men kan straks met investeringen goede rendementen maken, zodat het niet meer afhankelijk is van overheden, subsidies, idealisme etc. De drijvende factor wordt geld, dat wordt nu al verdiend en er gaan investeringen loskomen om duurzame energie mogelijk te maken. Wereldwijd worden door grote industriële partijen enorme investeringen gedaan, omdat deze steeds rendabeler worden.

Deel II

Jack van Ham, ICCO
Al decennia lang ligt de uitstoot van CO2 in Nederland op een niveau dat onacceptabel is. Het verschil met ontwikkelingslanden is zo enorm, dat je wel weet waar je moet zijn om dit aan te pakken. Op Bali moeten leiders uitgedaagd worden om het mensenrecht te bepleiten en te zorgen dat we naar een nieuw, beter internationaal klimaatbeleid toe gaan.

Donals Pols, WNF
Een presentatie van het document samengesteld door de milieu- en ontwikkelingsorganisaties.
De wetenschap laat weinig ruimte voor onduidelijkheid. Dat was anders toen het Kyoto-protocol gesloten werd, en toch werden er toen redelijk hardere afspraken gemaakt. Sindsdien zijn de afspraken alleen maar afgezwakt. Het werd steeds verschoven naar ‘later’. Wanneer gaan we stappen zetten om de armen te beschermen tegen klimaatverandering? Later. Wanneer gaan we als rijke landen stappen zetten om de broeikasgassen terug te dringen? Later. Nu is het later, hoe gaan wij Bali definiëren? Wat wij hier zien in de actualiteit, moet daar weerspiegeld worden. De uitdaging ligt dus niet in Nederlandse afspraken, maar wereldwijd. Nederland moet haar invloed gebruiken bij internationale afspraken.

1. Er moet in Bali afgesproken worden dat er een proces komt dat leidt tot een vervolg op Kyoto!
2. De rijke landen moeten afspreken dat zij hun CO2 uitstoot tussen de 25-40 procent terugdringen. Steun deze doelstelling als Nederlandse delegatie!
3. Het adaptatiefonds moet geoperationaliseerd worden om arme landen bij te staan in hun strijd tegen klimaatverandering.

Laat Bali niet de top van later zijn, maar de top van de doorbraak. Voor de armen, de natuur en voor onszelf.

Aanbieding door Sjef Langeveld, Both Ends, aan minister Cramer.

Minister Cramer
Reactie
Wat in deze aanbeveling staat is ook mijn agenda, het is onze agenda eigenlijk.
Afgezien van een paar verschillen over kolencentrales en carbon capture and storage (CCS) ben ik het eens met de punten. Een mondiaal klimaatdoel van niet meer dan 2 graden Celsius stijging van temperatuur, duurzamer invullen van flexibele mechanismen (bv. CDM) de milieudiensten en vooral voorkomen van ontbossing is zeer cruciaal. Als we financiering daarvoor kunnen regelen is dat goed te doen. De frustratie daarbij is dat er ongelofelijk veel geld is en dat men wel wil. Maar op de een of andere manier kunnen we dat geld niet mobiliseren. Er zijn zoveel manieren om ontbossing een prijs te geven, waarom weten we dat niet voor elkaar te krijgen?
Adaptatie: Ik merkte al onmiddellijk bij mijn eerste internationale conferentie dat klimaatadaptatie werd onderschat. Er is veel aandacht voor mitigatie, dat is ook nodig, maar om ontwikkelingslanden de ondersteuning te bieden die nodig is moet er meer aandacht komen voor adaptatie, probleem nummer 1 in ontwikkelingslanden.
Als ik kijk naar Bali en wat we er minimaal uit moeten halen:
1) Breed wereldwijd accepteren dat we een probleem hebben, wetenschappelijke gegevens niet meer bediscussiëren.
2) Met zijn allen verklaren dat we een proces gaan inzetten waarbij we in 2 jaar tijd verdeeld hebben wie wat moet doen en hoe we het financieren.
3) Accepteren dat er nu al door ontwikkelingslanden de steun gevraagd wordt in financiële zin, en als we daar niet op ingaan dan gaat een heel blok niet mee, en terecht.
4) Als we niet in staat zijn een aantal basisprincipes vast te leggen dan zal het heel problematisch worden.
We hebben niet lang om dit te beklinken, de cijfers laten zien waar we anders naar toe gaan met de wereld. Ik ga ervoor maar ik ben afhankelijk van allerlei processen en zaken die er voor zorgen dat wij de wereld kunnen redden.

Aansluitend biedt Maurits Groen het boek ‘The last Generation’ van D. Pearse aan Minister Cramer aan.