GATS en Wereldbank

VAN G8 NAAR HONG KONG: HULP VOOR HANDEL

Naar aanleiding van de G8 Top in Gleneagles in juni Bracht het Nederlands GATS-platform een verklaring uit. In het GATS-platform participeren: ABVA-KABO, Attac-Nederland, Corporate Europe Observatory (CEO), Landelijke Studentenvakbond (LSVb), Milieudefensie, Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), Transnational Institute (TNI), Wemos Health for All, World Information Service on Energy (WISE), XminY Solidariteitsfonds.

fair tradeVERKLARING GATS-PLATFORM N.A.V G8 TOP JUNI 2005
De afgelopen week waren in het Schotse Gleneagles de leiders van de G8 bijeen. Meest in het oog springende agendapunt van deze top: het uitbannen van armoede, speciaal in Afrika. Het meest besproken middel daartoe is naast schuldverlichting het bevorderen van handel binnen de zogenaamde Doha Ontwikkelingsronde van de Wereldhandelsorganisatie. Daarmee zouden miljoenen mensen zich aan de armoede kunnen ontworstelen. Dus mogen daar onder het motto ‘Aid for Trade’, oftewel ‘hulp voor handel’ zelfs de ontwikkelingshulpbudgetten voor worden ingezet. Ook het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken propageert dit. Maar als we door de PR heen kijken, wiens ontwikkeling is daar dan eigenlijk mee gediend?

Op papier klinkt het allemaal heel mooi: de schulden van achttien van de armste landen worden kwijtgescholden, vanaf 2010 wordt de hulp aan Afrika verdubbeld, op termijn gaan ook de ontwikkelingsbudgetten van de G8-landen omhoog en er komt meer uitzicht op eerlijke handel.

Dit wordt alom geprezen als een eerste, maar belangrijke stap voorwaarts, zij het met enige kanttekeningen. De internationale norm van 0,7% van het BNP voor ontwikkelingshulp wordt ook na deze verdubbeling door de meeste G8-landen bij lange na nog niet gehaald. Er zijn geen concrete afspraken gemaakt voor het afbouwen van de Westerse landbouwsubsidies die de landbouw in ontwikkelingslanden zoveel schade toebrengen. En daarnaast is er de kritiek dat niet de schulden van álle 38 arme landen zijn kwijtgescholden, terwijl deze aan renteaflossingen in de loop der jaren al veel meer hebben terugbetaald dan ze ooit hadden geleend.

Maar er zijn veel meer reserves op hun plaats. De G8 komen met schijnoplossingen, die niets veranderen aan de scheve machtsverhoudingen in de wereld. Zo is er nog niets veranderd aan het feit dat de kwijtschelding van schulden nog altijd wordt gekoppeld aan economische condities die nationale armoedebestrijdingsprogramma’s ondermijnen. Ontwikkelingslanden krijgen nog altijd geen rechtstreekse zeggenschap over hun eigen economische ontwikkeling. Alle mooie woorden ten spijt, lijkt het beleid van de G8 er voornamelijk op gericht mondiaal de spelregels te dicteren om de eigen economische groei veilig te stellen. Dat blijkt ook uit de verklaring van de G8 over de wereldeconomie. Daarin wordt onomwonden gesteld dat de ‘verantwoordelijkheid om de groei van onze eigen economieën te bewaken en te bevorderen’ voorop staat.

De hernieuwde belangstelling voor ontwikkelingslanden houdt daarmee nauw verband. De ontwikkelde landen zijn er vooral op uit de markten van die landen te ontwikkelen ten behoeve van hun eigen transnationaal opererende bedrijfsleven. Een van de beste bewijzen daarvoor is dat landen die in aanmerking willen komen voor het kwijtschelden van schulden nog altijd eerst het zogenaamde HIPC-programma moeten doorlopen, waarbij zij moeten voldoen aan door ontwikkelde landen en de internationale financiële instellingen opgelegde voorwaarden voor een meer open en geliberaliseerde economie met een stabiel investeringsklimaat voor buitenlandse investeerders. ‘Good governance’ – goed bestuur - is daarbij het nieuwe sleutelwoord. Naar buiten toe, wordt daarbij de nadruk gelegd op het bestrijden van corruptie. Dat doet het immers goed in de publieke opinie. Maar dit verhult dat ‘goed bestuur’ vooral wordt ingevuld met deregulering, liberalisering en privatisering. Het structurele aanpassingsbeleid van het IMF, met zijn dictaat van terugdringing van de overheid, meer markt en meer investeringszekerheid voor Westerse multinationals blijft onverminderd van kracht voor wie voor schuldverlichting in aanmerking wil komen.dropdebtspandoek

Voor de goede verstaander is het pijnlijk duidelijk dat het niet de ontwikkeling van Afrika/de armste landen is die voor de G8 voorop staat. Zo staat in een van de verklaringen van de G8 letterlijk te lezen dat, omwille van de mondiale economische stabiliteit, de krapte op de oliemarkt bestreden moet worden. Het middel: ‘Olieproducerende landen dienen te zorgen voor open markten met transparant zakelijk klimaat en stabiele regelgeving voor investeringen in de oliesector, waaronder betere mogelijkheden voor buitenlandse investeerders’. Met andere woorden: de olieproducerende landen moeten het transnationale bedrijfsleven betere mogelijkheden bieden om hun greep op de oliemarkten te versterken. Wiens belangen daarmee zijn gediend, behoeft geen nadere uitleg.
Dat geldt ook voor het inzetten van ontwikkelingshulpgelden voor het bevorderen van handel. Handel is, volgens oud vertrouwd neoliberaal recept, nog altijd vrijhandel, ongehinderd door ‘belemmerende regelgeving’. Het neoliberale model schrijft voor dat de sturende rol van de overheid in de economie wordt beperkt. Tegelijkertijd vermindert het inzetten van ontwikkelingsbudgetten voor het bevorderen van de economische infrastructuur voor het (inter)nationale bedrijfsleven/buitenlandse investeerders, zoals nu ook in Nederland wordt bepleit, de middelen die beschikbaar zijn voor het versterken van cruciale sociale voorzieningen als onderwijs, schoon drinkwater en een goede en toegankelijke gezondheidszorg in ontwikkelingslanden.

Afrika (en andere ontwikkelingslanden) zijn het meest gediend met onvoorwaardelijke schuldkwijtschelding. Dat zou hen de zo noodzakelijke vrijheid en de flexibiliteit verschaffen om eigen oplossingen te zoeken. De G8 zal hen ook nu weer die vrijheid niet gunnen. ‘Wij zullen onze hulp richten op de landen met de laagste inkomens, die zich inzetten voor het bevorderen van groei en het terugdringen van armoede, voor democratisch, verantwoordelijk en transparant bestuur, en een gezond beheer van de publieke middelen’, zo staat te lezen in hun slotverklaring. De IMF-criteria zijn en blijven ook hier de maatstaf en welbegrepen eigenbelang de drijvende kracht.

Op dezelfde manier hebben de G8 ook succesvol de leus voor ‘eerlijke handel’ naar hun hand gezet. Door co-optatie van een groot deel van de protestbeweging, kunnen zij nu vrijelijk de ontwikkeling van handel propageren als dé oplossing voor de problemen van arme landen. Zo is het hen zelfs gelukt om vijf van de toonaangevende ontwikkelingslanden die in Cancún nog met succes een blok wisten te vormen om de vrijhandelsambities van de ontwikkelde landen een halt toe te roepen, voor dat karretje te spannen. Brazilië, Zuid-Afrika, Mexico, India en China hebben zich in Gleneagles gecommitteerd aan een nieuwe politieke impuls voor de zogenaamde Doha-ontwikkelingsronde. In Hong Kong, waar de Wereldhandelsorganisatie in december bijeen komt, moeten de contouren van een overeenkomst duidelijk zijn. De Britse minister-president Blair verklaarde na afloop van de G8: ‘Wij waren het er in Gleneagles allemaal over eens dat het voor mondiale groei en het bestrijden van armoede van cruciaal belang is dat er echte vooruitgang wordt geboekt op het forceren van een doorbraak in de Doha-onderhandelingen. Ik ben van mening dat we de handelsbesprekingen nu met hernieuwd politiek elan kunnen voortzetten.’

drpdebtchildrenDat vrijhandel de arme landen in feite juist verder van huis helpt, mocht uit eerder onderzoek al duidelijk zijn. Een zeer recent onderzoek naar handelsliberalisering van Egor Kraev (Estimating GDP effects of trade liberalisation for developing countries) toont op basis van cijfers van Wereldbank en IMF de schade aan voor 32 van deze armste landen over de laatste kwart eeuw. De Britse NGO Christian Aid heeft gebaseerd op dit onderzoek van Kraev vervolgens berekend hoe de verliezen voor alle Afrikaanse landen beneden de Sahara uitvallen. Dat verlies bedraagt 272 miljard US dollar. Christian Aid tekent daarbij aan dat zonder de liberalisering die voor dit verlies verantwoordelijk is de betreffende landen al hun externe schulden hadden kunnen afbetalen, en dat dan nog voldoende geld was overgebleven om alle kinderen te vaccineren en naar school te laten gaan!

In feite hebben de G8 in fraaie volzinnen en met lippendienst aan armoedebestrijding en eerlijke handel slechts de uitgangspunten van het neoliberale model herbevestigd. De ontwikkelde landen hebben met succes gehamerd op handel als aanjager voor ontwikkeling. Dat heeft het uitdragen van commerciële belangen en het nastreven van de eigen economische ontwikkeling als groeimotor voor de derde wereld weer meer salonfähig gemaakt.
In de zogenaamde WTO mini-ministerials, waarvan de eerste deze week in China plaatsvindt, zullen de rijke landen zich er ongetwijfeld weer zonder enig terughoudendheid voor in gaan zetten om de markten van ontwikkelingslanden open te breken voor het transnationale bedrijfsleven. De EU heeft al aangegeven in de WTO-onderhandelingen over de handel in diensten zogenaamde benchmarks te willen invoeren om de mate van marktopening die ontwikkelingslanden de (westerse) dienstenindustrie te bieden hebben te meten en onderling te vergelijken en daarmee de druk om verder te liberaliseren op te voeren. Aandacht voor echte ontwikkelingsdoelen – die meestal in het geheel niet stroken met de commerciële belangen van het internationale zakenleven – is voorlopig weer even met succes naar de achtergrond gedrongen.

Roeline Knottnerus, GATS-platform
Tuur Elzinga, XminY Solidariteitsfonds

Website GATS-platform Http://www.gats.nl

Lees meer over energieliberalisering en GATS op http://www.weed-online.org/themen/gats/index.html (duitstalig)