Privatisering in Afrika en de rol van de Wereldbank

Een aardige illustratie van wat de Wereldbank wil vinden we in Senegal, west afrika. In de loop van de jaren '90 groeide het elektriciteitsverbruik in Senegal met ongeveer 3% per jaar terwijl de overheid geen geld had om te investeren in nieuwe centrales. Ze wendde zich tot de Wereldbank voor een lening, die werd afgewezen. In plaats daarvan werd Senegal opgeroepen om de elektriciteitssector te 'hervormen', lees privatiseren. Hiermee zou Senegal buitenlandse investeerders aan kunnen trekken die de sector nieuw leven in konden blazen. Senegal had geen keus en werkte mee.
In 1998 begon Senegal met de eerste fase in het privatiseringsproces, het opzetten van een dienst die toezicht moest gaan houden op de geprivatiseerde elektriciteitsmarkt (vergelijkbaar met de DTE in Nederland).
Senegal kreeg een lening van $100 miljoen van de Amerikaanse overheid om het proces te bekostigen en het nationale electriciteitsbedrijf Selenec werd (deels) te koop gezet. Een geinteresseerde partij moest minmaal 33% van de aandelen kopen. Een consortium van Hydro-Quebec (Canada) en Eloy (Frankrijk) nam een belang van 34% in Selenec voor $66 miljoen. 10% Van de aandelen ging naar de werknemers en 15% naar lokale partners. De rest bleef in overheidshanden. Het consortium van Hydro-Quebec en Eloy kreeg volledige zeggenschap over het management.
De deal was nog niet gesloten of de verschillende aandeelhouders kregen ruzie met elkaar. Dit leidde ertoe dat de in het contract afgesproken verplichte investeringen in nieuw productievermogen niet werden gedaan. Ruim een jaar na de privatisering besloot de Senegalese overheid in te grijpen. Een nieuwe poging werd ondernomen, ditmaal met een aantal aanvullende eisen. Management moest ook bestaan uit Senegalezen, er mochten in de eerste 5 jaar geen ontslagen vallen zonder goedkeuring van de overheid (bij de eerste poging werden binnen een paar maanden meer dan 450 werknemers ontslagen zonder goede ontslag regeling)
Daar stond tegenover dat de nieuwe partij een meerderheidsaandeel zou krijgen van 51%. Een jaar later waren er nog steeds maar twee potentiële gegadigden: Vivendi (Frankrijk) en AES Corporation (Verenigde Staten). De eerste trok zich terug en na negen maanden onderhandelen kwam de Senegalese overheid niet tot een akkoord met AES. Het privatiseringsplan werd in de ijskast gezet.
Meteen na het mislukken van de privatisering heeft de Senegalese overheid bij de West African Development Bank en de Banque de la Communaute Economique des Etas d'Afrique de L'Ouest in totaal $15 miljoen geleend om 2 generatoren aan te schaffen om het oplopende elektriciteitstekort te lijf te gaan. Grote buitenlandse investeerders willen alleen maar opnieuw instappen als de overheid het ze niet te moeilijk maakt.
Rurale elektrificatie
Om het nationale energiebedrijf aantrekkelijker te maken werden de onderdelen die zorg moesten dragen voor elektrifikatie van het platteland losgeknipt. Met de moed der wanhoop probeerde de Senegalese overheid dit onderdeel ook in de etalage te zetten. De private sector was niet geinteresseerd. Decentrale opwekking (zonnecellen en dieselgeneratoren, wind en kleine waterkracht)en maar zeer langzame ontsluiting voor het centrale net was niet interessant. Voor het realiseren van een adequate elektriciteitsvoorziening op het platteland is Senegal, zoals zoveel landen, afhankelijk van overheidsgeld, al dan niet in de vorm van subsidies aan bedrijven.
Uganda: Milieu of ontwikkeling?
Milieu, ontwikkeling en het internationale bedrijfsleven hebben een moeizame relatie. In Uganda is men al jaren aan het ruzien over het bouwen van de Bujagali dam. Niet alleen vanwege de milieu-gevolgen, maar ook over de kosten. De Ugandese overheid spant zich in voor een lening van $500 miljoen voor de bouw van de dam. De lening is t.b.v. AES Nile Power (een samenwerkingsverband van AES Corporation (Verenigde Staten) en Madhvani International (Uganda)), het levert werkgelegenheid op voor 1500 mensen tijdens de bouw (4 jaar lang) en voor 30 mensen na de bouw (30 jaar lang). Maar de Ugandese overheid verplicht zich ook om vervolgens de eerste 10 jaar voor $100 miljoen per jaar stroom af te nemen en om subsidies op elektriciteit af te schaffen. Hierdoor wordt de stroom voor de Ugandese bevolking onbetaalbaar.

.png)


.jpg)