Geschiedenis kerncentrale Borssele
In 1969 wordt er door de Provinciale Zeeuwse Elektriciteits Maatschappij een kerncentrale besteld bij Siemens. Het gaat hierbij om een zogenaamde lichtwater-reactor (LWR). Het bouwen van de kerncentrale is vanaf het begin omstreden. Dit heeft, behalve met de gevaren die kernenergie met zich meebrengt, te maken met het feit dat de gelijktijdig gebouwde aluminiumfabriek van Péchiney wel erg goedkope stroom geleverd krijgt uit de centrale. Verder blijkt Péchiney later ook nog via een nieuw opgerichte dochteronderneming Uranex de uranium te leveren aan Borssele.
De oplevering van de centrale wordt ernstig vertraagt doordat er haarscheurtjes in het rectorvat worden gevonden. Ook andere kleine foutjes vertragen de oplevering.
De centrale wordt uiteindelijk door Siemens in het voorjaar van 1973 opgeleverd. In juni van 1973 wordt een vergunning verleend om de kerncentrale in fases op te starten. Na een aantal maanden van testen neemt de PZEM op 25 oktober 1973 de centrale officieel in gebruik.
De centrale is gebouwd voor een economische levensduur van 30 jaar en een verwachte technische levensduur van 40 jaar. De PZEM verwacht zelf dat de centrale ongeveer 30 jaar in bedrijf zal zijn.
Naar aanleiding van het ongeluk met de centrale in Harrisburg (Three Miles Island) in 1979 vindt er in Nederland een pittige discussie plaats over de KcB. Iedereen is er als de kippen bij om te zeggen dat, hoewel de centrale in Borssele van hetzelfde type is als die in TMI, een dergelijk ongeluk hier niet kan plaatsvinden. Toch worden naar aanleiding van het ongeluk de veiligheidsvoorzieningen aangepast. Het gaat hierbij voornamelijk om het koelsysteem, wat in Harrisburg (door menselijke fouten) uitgevallen was.
Na het ongeluk in Tsernobyl (1986) wordt de centrale in Borssele doorgelicht door het International Atomic Energy Agency, de IAEA. Het rapport wat verschijnt is zeer kritisch over de centrale: de brandveiligheid is onvoldoende, de noodstroomvoorziening is onvoldoende, de regelzaal is organisatorisch niet in orde, er ontbreekt een reserve regelkamer en de noodsystemen zijn niet altijd 'standby'. De centrale moet een grote onderhoudsbeurt ondergaan (door Borssele zelf steeds eufemistisch aangeduid als modificatie) om de productie voort te kunnen zetten.
De veranderingen die de KcB moet ondergaan zijn zo ingrijpend dat er een volledige nieuwe Milieu Effect Rapportage (MER) moet worden gemaakt. In de MER worden niet minder dan 16 punten aangevoerd ter verbetering van de veiligheid in de centrale.
De MER-procedure duurt lang en uiteindelijk wordt in december 1993 dit proces afgerond.
In 1994 wordt een vergunning verleent voor het aanpassen van de centrale. Tegelijkertijd met de vergunningverlening wordt de bedrijfstijd van de KcB verlengt tot 2007. Dit om de gedane investeringen terug te kunnen verdienen. Bij het kamerdebat over de vergunningverlenging in november 1994 worden er vraagtekens gezet bij deze langere bedrijfstijd. GroenLinks dient een motie in de om KcB gewoon te sluiten per 01-01-2004. Nadat eerst de stemmen staken, wordt de motie met 76 tegen 73 stemmen aangenomen.
Na het aannemen van deze motie treden de Samenwerkende Elektriciteits Producenten (SEP, de toenmalige koepelorganisatie van alle producenten) en het ministerie van EZ met elkaar in overleg om te bekijken hoe de motie tot uitvoer moet worden gebracht.
In december 1994 komen het ministerie van EZ en de SEP overeen dat de centrale sluit op 01-01-2004. Het ministerie stelt hier een financiële compensatie van 32 miljoen euro tegenover.
In 1997 wordt de opknapbeurt van de centrale afgerond.
Eind '99 spant de EPZ [op dat moment eigenaar van de KcB] een kort geding aan bij de Raad van State waarin ze het sluitings-besluit aanvecht; de regering heeft het besluit tot vernietiging van de oude (uit '73) vergunning niet op de juiste wijze genomen (onder andere geen MER laten uitvoeren naar gevolgen sluiting).
Op 24 februari 2000 vernietigd de Raad van State de vergunning voor Borssele waarin staat dat de centrale moet sluiten op 01-01-2004.
De regering reageert hierop met de mededeling dat er een afspraak is om Borssele te sluiten. Dit wordt bestreden door EPZ. In december 2000 besluit de overheid om EPZ voor de rechter te dagen om haar aan de gemaakte afspraken te houden. In eerste instantie oordeelt de rechter dat er te weinig bewijs is voor de afspraak, ze wil getuigen horen.
De getuigenverhoren vinden plaats in van januari, maart en april van 2002. Uit de verklaringen die gegeven worden door oud minister Weijers en oud directeur van de SEP Ketting komt duidelijk naar voren dat er een onderling afspraak ligt over de sluiting.
In juli 2002 wordt de uitspraak in de rechtszaak voor de zoveelste keer uitgesteld. De rechtbank in Den Bosch geeftt uiteindelijk op 25 september 2002 definitief uitsluitsel. Maar de uitspraak van de rechter is dan al waardeloos geworden. Van het kabinet Balkende I mag Borssele gewoon openblijven.

.png)


.jpg)